Deze week kwam er een meisje binnen voor een aftercare spray. Elders gepiercet, zes weken verder, al wat aan het uitzoeken. Ze vertelde dat haar piercer haar had gezegd thuis zoutwater te maken — en dat deed bij mij meteen alarmbellen afgaan. In mijn ervaring maakt een piercer die in 2026 dat advies geeft waarschijnlijk ook andere keuzes waar ik het niet mee eens zou zijn. Dus voor ik haar de NeilMed meegaf en haar liet gaan, vroeg ik of ik even kon kijken.
Er zat een neus schroef in haar helix.
In acht jaar piercen heb ik nog nooit een getrainde piercer vrijwillig een nostrilschroef in een kraakbeenpiercing zien plaatsen. Dit gaat niet over kwaliteit, materiaal of graad. Dit gaat over sieradenstijl — en dat is het onderwerp waarover het minst wordt gesproken.
Gelukkig had ze wat opgezocht en mijn website gevonden, waarop stond dat steriele saline oplossing de standaard is — en zo belandde ze hier. Als je dit leest omdat je in een vergelijkbare situatie zit, hoop ik dat dit artikel je vindt voor het erger wordt. We lossen het op.
Dit artikel gaat over: neusvleugel, oorlel, helix, mid helix, forward helix, low helix, conch, flat, faux rook en tragus. Andere piercings — daith, rook, septum, navel — werken van nature met andere sieradenstijlen. Dat is een ander gesprek.
De flat back labret: wat het is en waarom we het gebruiken
Een flat back labret is een achterkantje — een recht staafje in een specifieke dikte — met een platte schijf aan de achterkant die vlak tegen de huid ligt. De decoratieve top bevestigt aan de voorkant, ofwel threadless (wrijving / klik / drukpin) of intern geschroefd. Dat is het. Simpel, stabiel, functioneel. Ook wel labret post, flatback of labret stud genoemd.
Voor de piercings hierboven is dit de standaard. Geen voorkeur, geen stijlkeuze — de standaard. In Europa werken de meeste piercers gemiddeld met 16G (1,2mm), maar we kunnen en piercen ook in andere gauges afhankelijk van plaatsing, anatomie en het sieraad dat je wilt dragen. Ik ben al begonnen met piercings in 14G (1,6mm) wetende dat het vlotter zou genezen, om later te downsizen naar 18G (1mm) omdat het eindresultaat er beter uitziet op die maat — en op dat moment is het in dit klimaat veilig om dat te doen.
De gauge (dikte) selectie is altijd een gesprek dat we voeren voor het piercen. Een grotere gauge geneest altijd beter — dat is een feit, geen vuistregel. Maar als je een delicate top wilt, gebruik ik de gauge die die top vereist. Ik zal je nooit een top laten kiezen die te delicaat is voor de gewenste plaatsing, en ik zal je niet pushen naar een gauge die niet past bij het sieraad dat je eigenlijk wilt dragen. Wat ik nooit doe, is je piercen in een gauge die je gekozen top onstabiel of onveilig maakt.
Wat nooit verandert is de relatie tussen je top en je post. Je top moet minstens even breed zijn als je gauge — nooit smaller. Een top van 1mm kan niet op een post van 1,2mm, omdat de post breder is dan de top en er zo doorheen zou duwen. Een ronde prong of bezel van 1,5mm op een post van 1,2mm laat slechts 0,15mm aan elke kant — nauwelijks iets. Zet hem op een post van 1mm en alles zit correct.
Aan de andere kant heeft een groot stuk zoals een BVLA Athena — 12,5mm x 5mm, aanzienlijk gewicht — minimaal een post van 1,2mm nodig en een grotere schijf aan de achterkant om het te balanceren. Ik werk normaal met schijven van 3–4mm, maar voor zo'n stuk ga ik naar 5 of 6mm. Het sieraad moet aan beide kanten in balans zijn om goed te zitten.
Nog iets wat de moeite waard is om te weten: je zit niet vast aan je huidige gauge. Een genezen piercing zal uitrekken of krimpen om een nieuwe gauge te accommoderen. Ik pierce de meeste helixpiercings gemiddeld op 16G (1,2mm), maar als je na het genezen een dunne ring wilt, kunnen we dat absoluut doen — het gaatje past zich aan aan de nieuwe maat. Je opties blijven open.

"Maar ik word altijd gepiercet met een balletje achteraan"
Ja. Veel piercers gebruiken ball backs. Hier is waarom — en waarom het niet ideaal is.
In goedkopere sieraden is het staafje bevestigd aan de top, niet aan de achterkant. De achterkant schroeft erop. En omdat deze stukken extern zijn geschroefd, werkt een platte schijf niet — de schroefdraad aan de buitenkant van het staafje maakt het onmogelijk. Dus de enige optie is een bal. Alles aan deze constructie is een probleem, maar de ball back zelf maakt deel uit van het probleem.
Een ball back biedt geen stabiliteit. Denk er zo over na: een platte schijf heeft een breed, plat contactpunt tegen de huid — zoals iets balanceren op hat platte van je hand. Een bal heeft één klein contactpunt — zoals iets balanceren op de punt van je vinger. Beide raken de huid, maar de ene is stabiel en de andere niet. Wanneer er druk wordt uitgeoefend — erop slapen, het haperen in je haar, je kussen — kan de schijf niet gemakkelijk opzij worden geduwd. Een bal wel.
Wanneer sieraden verschuiven onder druk kunnen ze migreren — de piercing begint te groeien in een hoek in plaats van recht te genezen. Het is ook een van de meest voorkomende wegen naar de gevreesde bump. Met een schijf, als je per ongeluk op je piercing slaapt — en ik weet dat je dat zult doen, want je bent een mens — is er in ieder geval een kans. Met een ball back is een reactie bijna gegarandeerd. Dat gezegd hebbende, geen van beide is veilig om op te slapen tijdens het genezen. Ter verduidelijking 😉
Sommige piercers geven de voorkeur aan een ball back omdat de logica is dat het iets gemakkelijker schoon te maken is en minder snel korsten blijven vastzitten. Ik begrijp de redenering — ik deel de mening gewoon niet. In mijn ervaring raakt een ball back net zo gemakkelijk bedekt met korstjes, en het stabiliteitsvoordeel van een platte achterkant weegt altijd zwaarder dan het reinigingsargument. Als je moeite hebt met schoonmaken rond de schijf in het begin, boek dan een check-up en we lossen het samen op — dat is waarvoor ik er ben.
Ik begin nooit een verse piercing met een ball back.
Wanneer gebruik ik wel een ball back
Er zijn uitzonderingen. Ik gebruik ze bij downsize — en alleen bij downsize — op specifieke plaatsingen waar de schijf het probleem wordt in plaats van de oplossing.
De twee situaties waarin ik voor een bal kies:
1. Wanneer de schijf wondjes maakt. In een conch kan de achterkant van de schijf te dicht bij de helix rand zitten. Ik heb dit vaak genoeg gezien — de rand van de schijf maakt een klein wondje in de rand elke keer dat de klant erop slaapt. Een bal is zachter, ronder, en wanneer hij tegen andere delen van het oor wordt gedrukt, snijdt hij niet.
2. Wanneer de anatomie samenperst. Bij flat, faux rook of outer conch piercings zit de achterkant van de piercing in een gebied met plooien en bochten. Wanneer een klant op dat oor ligt en het hele oor tegen het hoofd wordt gedrukt, controleer ik waar de schijf zou landen. Soms — niet altijd, maar soms — komt de schijf klem te zitten tussen plooien en veroorzaakt ongemak elke keer dat ze op die kant slapen. In die gevallen zit een bal comfortabeler. Als er iets tegenaan wordt gedrukt, is het glad.
Ik heb klanten die binnenkomen met genezen flat piercings elders gepiercet, jaren oud, goede kwaliteit — en ze zeggen dat het perfect is behalve dat ze er nooit op kunnen slapen. Negen van de tien keer wordt de schijf in een ander deel van hun oor gedrukt. Dat is de enige reden om te wisselen.
Voor al het andere — helix, tragus, neusvleugel, oorlel — is een correct afgemeten schijf wat je wilt. Vlak tegen de huid, niets om aan te haken, niets om aan te trekken. Je sieraad moet één worden met je oor waneer het genezen is. Niet bovenop zitten.

Op deze outer conch hebben we een barbell of ball back gebruikt. Je kunt aan deze foto alleen al zien dat als ze op dit oor slaapt, de achterkant van die piercing wordt samengeperst, dus een bal is een geweldige oplossing voor haar.
Wat met oorbel slotjes?
Even tussendoor — vlinderslotjes, push backs en siliconen oorring slotjes. Laten we het daar ook over hebben, want het antwoord is simpel: niet doen.
Niet op piercings. En eerlijk gezegd, ook niet op oorbellen als je het kunt vermijden.
Het haper risico dat een ball back problematisch maakt, wordt aanzienlijk erger met een oorbel slotje. Vlinderslotjes, push backs, siliconen slotjes — geen van hen heeft een glad, gepolijst oppervlak. Ze zijn vaak geribbeld, soms gestempeld met een merknaam, en die ongelijke textuur is een probleem. Huid is gevoeliger dan je denkt of voelt. Zelfs als een oorbel slotje niet zichtbaar beweegt, is de wrijving van een ongepolijst oppervlak tegen helend of genezen huid genoeg om kleine irritaties te veroorzaken die nooit volledig verdwijnt. Je lichaam stopt niet met zichzelf te beschermen omdat een piercing genezen is.
Een groter probleem is hygiëne. Oorbel slotjes zijn in realiteit kleine vuilnisvalletjes. Haarproducten, natuurlijke lichaamsafscheiding, dode huidcellen, gedroogd lymfevocht — alles verzamelt zich in en rond de achterkant en hoopt zich op na verloop van tijd. Op een gegeven moment is er nergens anders om naartoe te gaan dan het piercingkanaal zelf. Wanneer dat gebeurt, kan de opbouw het kanaal uitrekken, irritatie veroorzaken variërend van mild tot ernstig, en wanneer je het sieraad uiteindelijk verwijdert kan het gaatje er veel groter uitzien dan het zou moeten. Wat eruitziet als een uitgerekt gaatje is vaak gewoon opgehoopt vuil die er al maanden zit.
Deze regelmatig uitnemen om ze goed schoon te maken klinkt als een oplossing — maar kraakbeen piercings houden er niet van als het sieraad regelmatig wordt verwijderd, zelfs als het volledig genezen is. En eerlijk gezegd geldt dat ook voor veel oorlel piercings. Regelmatig sieraad wisselen leidt tot irritatie, zwelling en soms bloeden, zelfs bij gaatjes die al jaren genezen zijn.
Er is geen enkel voordeel aan oorbel slotjes. Niet voor piercings, niet voor oorbellen. Een platte schijf doet alles beter — glad, vlak tegen de huid, gemakkelijk schoon te houden, niets om aan te haken. Hij verdwijnt achter je oor zoals sieraden zouden moeten. Een vlinderslotje doet het tegenovergestelde. Hij zit daar, verzamelt alles en herinnert je huid aan zijn bestaan elke keer dat het beweegt.
De korte versie
99% van de piercings die aan het begin van dit artikel worden genoemd, moeten worden gepiercet met een flat back labret. De dikte, schijfgrootte en lengte hebben allemaal een doel en je piercer moet die beslissingen bewust nemen. Een ball back is een hulpmiddel voor specifieke situaties bij downsize — geen goed startpunt en geen vervanging.
Als je piercing iets anders heeft dan een schijf aan de achterkant en niet geneest, kan dat de reden zijn. Stuur me een foto of kom even langs.
Als er een neus screw in zit, kom dan onmiddellijk langs. Dat oeroude sieraad hoort zelfs niet in je neusgat.
Boek je afspraak, of neem contact op als je eerst je sieraad wilt bespreken voor je ergens aan vastzit.
